logo
Home
Lezerspanel
Nieuws
Columns
Weblogs
Commentaar
Artikelen
Abonneren
Losse verkoop
Agenda
Archief
Over onzeWereld
Adverteren
Laatste Reacties
Contact
Inschrijving Nieuwsbrief
Partners
Abonnementen Webshop Bladeren
 
 
Artikelen
door Annelies Roon. Foto's Marcel Bakker/Hirez images

'We spelen met vuur in het Amazonegebied'

 

Het Amazonegebied heeft een enorme invloed op het wereldwijde klimaat. De natuur daar levert diensten van levensbelang aan de hele planeet, zegt biologe Pita Verweij. 'We weten niet wat we over ons afroepen als we het belangrijkste natuurgebied ter wereld verder blijven aantasten.'

Ze is met grote regelmaat in het Amazonegebied. Om te observeren hoe het land wordt gebruikt en om vegetatiepatronen te onderzoeken. Ze heeft er op verschillende momenten ook gewoond. Bij elkaar zo'n zes jaar in haar loopbaan. Pita Verweij (45), universitair docent Duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht, is getroffen door het contrast tussen de prachtige natuur in het Amazonegebied en de enorme aantasting daarvan.

Het tropisch regenwoud bevat een enorme hoeveelheid koolstof, legt ze uit. Bij ontbossing komt die vrij als het broeikasgas CO2. 'Het is dus van groot belang dat het regenwoud blijft bestaan. Ook voor bijvoorbeeld het behoud van biodiversiteit. Je zou kunnen zeggen dat de Amazone diensten verleent aan onze planeet als geheel. Maar tot nu toe wordt aan die ecologische diensten geen enkele eonomische waarde toegekend.'

Het rapport Keeping the Amazon Forests Standing, dat vorig jaar in opdracht van het Wereld Natuur Fonds (WNF) verscheen en waar Verweij mede-auteur van is, biedt een oplossing daarvoor. Geïndustrialiseerde landen zouden vergoedingen moeten gaan betalen aan Amazone-landen voor het níet omkappen van bos. Om dat mogelijk te maken zijn nieuwe marktsystemen voor ecologische diensten nodig. Westerse landen betalen dan voor het behoud van het regenwoud en kunnen daarmee tegelijkertijd een deel van de eigen CO2- uitstoot compenseren.

Zo'n systeem, is het idee, zet bewoners en bedrijven in het Amazonegebied ertoe aan bij (investerings)beslissingen te kiezen voor mileuvriendelijke activiteiten. Wanneer het woud - enniet alleen het hout - geld waard is, zal er veel respectvoller mee worden omgegaan en kan de spiraal van ontbossing een halt worden toegeroepen. Het WNF-rapport schetst de spiraal van ontbossing die wordt veroorzaakt door de grote vraag naar vlees en soja. Nederland is een belangrijke afnemer van soja en vlees uit Brazilië. 

U bent regelmatig in het Amazonegebied. Wat raakt u daar het meest?

'De rauwe werkelijkheid. Enerzijds zie je de prachtige natuur; de dolfijnen die door de rivier Madeira springen; de indrukwekkende groene regenwouden. En dan zie je de wegen die er dwars doorheen zijn aangelegd; de akkertjes ernaast; de armoede onder de bevolking. Kleinschalige boeren wonen in eenvoudige huisjes met golfplaten daken en houden moeizaam het hoofd boven water met het verbouwen van mais en cassave. Maar na drie, vier jaar is de grond uitgeput en trekken ze weer verder. Daarvoor ontbossen ze steeds nieuwe gebieden. Dan kun je eerst het hout verkopen.'

Realiseert de lokale bevolking zich niet welke waarde het oerwoud heeft?

'Bewoners zijn in het algemeen aan het overleven. Wanneer jij als boer amper rondkomt en een grootgrondbezitter biedt jou geld voor je stukje land, zodat hij er vee kan houden, is ontbossing niet je eerste zorg. Sojaproducenten, die relatief eenvoudig leningen kunnen krijgen, kopen ook land op. De overheid bevordert dit proces door nieuwe wegen aan te leggen. De rijkere boeren gebruiken die wegen om verder door te dringen in het oerwoud en ontbossen daar weer nieuwe stukken land om een bestaan op te bouwen.

Er is een kleine groep boeren die enorme stukken land in bezit heeft, soms ter grootte van de provincie Utrecht. Zij wonen in villawijken en rijden in grote auto's. Deze grootgrondbezitters vinden ontbossing een probleem van ecologen, dat zwaar wordt overdreven. Het economisch gewin op korte termijn heeft simpelweg de overhand.'

 

interview_2

 

 

 

Het WNF-rapport pleit voor de introductie van nieuwe marktsystemen. Hoe gaat dat in z'n werk?

'Het principe hierachter is dat bosrijke landen de wereld een dienst bewijzen als ze hun bossen laten staan. Ze lopen dan wel inkomsten mis, bijvoorbeeld uit hout, landbouw en mijnbouw. Daarvoor moeten regeringen en lokale gemeenschappen gecompenseerd worden. Wanneer westerse landen bijvoorbeeld investeren in bosbeschermingsprojecten in het Amazonegebied, dan zouden ze daarmee een beperkt deel van hun eigen koolstofuitstoot kunnen compenseren. Op die manier creëer je een nieuwe koolstofmarkt.'

Daar is draagvlak voor nodig. Zijn er al stappen gezet in die richting?

'Tijdens de klimaattop in Kopenhagen, vorig jaar december, zou er een akkoord komen over een nieuwe koolstofmarkt. Er was behoorlijke overeenstemming over het onderwerp. Er lag een stuk dat alleen nog maar afgehamerd hoefde te worden. Maar doordat er geen overkoepelend bindend klimaatakkoord kwam, kwam het ook niet tot een bindende afspraak over de koolstofmarkt. Wel is er op een bijeenkomst eind mei in Noorwegen door 52 landen bereidheid getoond te gaan betalen voor bosbeschermingsactiviteiten.'

Zulke voornemens zijn natuurlijk mooi, maar gebeurt er in de praktijk al iets?

'Tot nu toe alleen op vrijwillige basis. Zo investeert Noorwegen bijvoorbeeld in projecten voor bosbescherming in Brazilië, zonder dat het land dit kan als opvoeren als CO2-compensatie. Er moet nog flink worden geëxperimenteerd met zulke projecten. In het ontvangende land is een organisatie nodig die partijen bij elkaar brengt en de fondsen inzet voor projecten die aansluiten op lokale behoeften. Als de lokale bevolking er geen inkomsten uithaalt, gaat ze op de oude voet verder.'

Wat heeft de lokale bevolking precies aan een koolstofmarkt?

'Een rubbertappersfamilie met een duurzaam bedrijf - dat wil zeggen dat het bos blijft staan en de rubberbomen die daarin groeien worden gebruikt voor het aftappen van rubber - zou al snel in aanmerking komen voor zo'n 200 tot 500 dollar aan compensatiegelden uit een koolstofmarkt. Dat lijkt weinig, maar wanneer je bedenkt dat een gemiddeld maandloon minder dan 100 dollar is, zie je dat het wel degelijk verschil maakt. Nog een voorbeeld: in Bolivia investeren drie Amerikaanse energiebedrijven, met een natuurorganisatie als intermediair, in een groot project waarmee de bevolking een duurzaam bestaan kan opbouwen. Met goed bosbeheer kan een duurzame productie worden gestimuleerd, van noten, palmharten of andere producten uit het regenwoud. Ook het ontwikkelen van ecotoerisme kan nieuwe middelen van bestaan bieden.'

Het WNF-rapport pleit ook voor toekenning van economische waarde aan andere eco-diensten, zoals behoud van biodiversiteit, bescherming tegen bodemerosie en regulering van watersystemen.

'Dergelijke marktsystemen staan in het beste geval in de kinderschoenen. Of ze ontbreken nog helemaal. Er bestaat wel een flink aantal proefprojecten. Sommige gekoppeld aan het behoud van biodiversiteit, andere gericht op andere ecosysteemdiensten. Maar de schaalgrootte van de projecten is nog onvoldoende. We kunnen pas écht een verschil gaan maken als er internationaal bindende afspraken liggen. Het bedrijfsleven moet ook over de brug komen. Hoewel er voorbeelden zijn van bedrijven die hun koolstofuitstoot vrijvrijwillig compenseren door te investeren in bosbescherming, is het daarmee verkrijgen van een groen imago op zichzelf geen sterke drijfveer. Mijn hoop is toch allereerst gevestigd op de gereguleerde koolstofmarkt.'

Hoe hebben landen in Latijns-Amerika het WNF-rapport ontvangen?

'In Brazilië is er veel aandacht voor geweest op radio en televisie. In Suriname was het voorpaginanieuws. Het idee om economische waarde toe te kennen aan natuur is daar min of meer nieuw. In beide landen is de regering geïnteresseerd geraakt in de mogelijkheden van groene markten. Ik verwacht dat dat uiteindelijk zijn weerslag vindt in het beleid.'

En in Nederland?

'Het belangrijkste wat wij in Nederland kunnen doen voor het behoud van het regenwoud, is ons consumptiepatroon aanpassen. Vooral minder vlees eten is cruciaal. Maar ook door het stimuleren van biologische veeteelt, en het aankopen van duurzame producten zoals FSC-hout kan Nederland zijn Braziliaanse voetafdruk verminderen.

'En er is veel geld nodig voor investeringen in het milieu in ontwikkelingslanden. Dat geld wordt natuurlijk pas vrijgemaakt wanneer de politiek de urgentie ervan inziet. Nu de VVD als grote winnaar uit de verkiezingen komt, maak ik me daar grote zorgen over.'

Hoe optimistisch bent u over het voortbestaan van het Amazonegebied?

'Er zijn positieve ontwikkelingen. Er worden bijvoorbeeld steeds meer gebieden beschermd verklaard. En er wordt beter gelet op certificeringen voor duurzaam hout, ook in de tropen zelf. Er komen rondetafel-gesprekken over keurmerken voor duurzame producten. Sojaproducenten nemen op dit moment geen soja af uit ontboste gebieden.

'Maar als ik zie wat er in de Amazone nog voor plannen klaarliggen voor wegen en andere infrastructuur, dan ben ik niet optimistisch. Waar wegen komen en rivieren gekanaliseerd worden, gaat de ontbossing verschrikkelijk hard. Wat dat betreft spelen we met vuur. We weten niet wat we over ons afroepen als we het belangrijkste natuurgebied ter wereld verder blijven aantasten.'

Wat doet deze kennis met u?

'Het heeft me nog gedrevener gemaakt. Met de werkgroep Ecologie en Ontwikkeling, een onafhankelijk netwerk van deskundigen, proberen we voortdurend aandacht te vragen voor de urgentie van het onderwerp. En ook met onderwijs kun je een bijdrage leveren. Ik probeer mijn studenten ervan te doordringen dat het hier gaat om grote mondiale problemen. Je ziet sommigen dat echt oppikken. Mooi als ze daarin dan verder gaan.'

 

Meer lezen over de invloed van ecosystemen op bijvoorbeeld de voedsel en watervoorziening? Nieuwssite OneWorld brengt het verhalen hierover bij elkaar in het Dossier Biodiversiteit. Kijk op www.oneworld.nl/biodiversiteit.

 

onzeWereld juli - augustus 2010
tagging: Latijns Amerika , Natuur en Milieu , Brazilie , ontbossing

Reacties:


Reageer:

Van:
E-mail: * Emailadres wordt niet getoond op website
Titel:
Bericht:
Security image. You must enable images to submit entry Vul in wat u ziet:
(Gevoelig voor hoofd en klein letters)

Terug naar het tijdschrift