In augustus vertrekken de Nederlandse militairen uit Uruzgan. De aanwezigheid van vele hulporganisaties in de Afghaanse provincie duiden erop dat het veilig genoeg is daar te werken. Is de missie nu geslaagd?
Had dat dan gezegd', roept mijn Afgaanse gastheer hartelijk. We zitten al een uurtje verveeld in de gastenkamer van het theehuis in Deh Rawod in het westen van de provincie Uruzgan. Het is net na zevenen en de avond heeft het onrustige geluid van auto's, ezelskarren en hard discussiërende Afghaanse mannen doen verstommen.
Ik wil een avondwandeling maken, maar heb lang de gedachte voor me gehouden. Kan ik dat wel vragen? Uruzgan staat in Nederland immers te boek als 'levensgevaarlijk'. Maar die gedachte hoef ik niet uit te spreken. Met een groot gebaar nodigt de zeventigjarige Afghaan met het puntige dunne grijze baardje, me uit om naar buiten te gaan. 'Had dat dan gezegd.'
Overdag voelde Deh Rawod al prettig aan. Ik was zelf met de auto vanuit de hoofdstad Tarin Kowt gekomen. De woordvoerder van het ministerie van defensie twitterde over mijn tocht, om zijn volgers te laten weten hoe veilig het is geworden in de 'Nederlandse' provincie. Met 80 kilometer per uur raceten we inderdaad vrij zorgeloos over een door de Amerikanen verharde weg, dwars door hoge gebergtes. Maar het was niet de kortste weg. Die route wordt nog altijd beheerst door rivaliserende stammen. De Nederlandse militairen kunnen daar niets meer aan doen voor hun vertrek in augustus.
Twee jaar geleden was er oorlog in Deh Rawod. Het tweede stadje van Uruzgan viel eind 2007 bijna in handen van de rivalen van de Afghaanse overheid. Het was chaos: vriend en vijand waren niet aan te wijzen in dit gebied vol stammen. Politiemannen verlieten na omkoping of uit angst hun posten. Stedelingen sloegen op de vlucht.
De Nederlanders grepen uiteindelijk, samen met de Amerikanen, naar de wapens. Sommige opstandelingen huurden buitenlandse strijders in om hun gevechten tegen de westerlingen te steunen. Op straat heerst sindsdien het gevoel: dit nooit weer. En omdat ik een Nederlander ben, bedanken sommigen me dat de militairen toen hebben ingegrepen. Anderen zijn boos: Hoezo wist Nederland niet dat dit gevecht er aan zat te komen?
Waarom moest eerst de halve stad op de vlucht, voordat er ingegrepen werd? Waarom Deh Rawod nu rustig is? Dat is erg lastig te zeggen. Het ministerie van defensie probeert haar invloedsfeer uit te breiden met politieposten. Her en der worden ondertussen hulpprojecten gestart, hoor ik van de lokale bevolking. Een recent verschenen vertrouwelijk rapport stelt dat juist in Deh Rawod het beste contact is met de Nederlanders. En dat er meer vertrouwen is in de overheid sinds het rustiger is.
 |
| Nederlandse militairen van de luchtmobiele brigade op patrouille aan de rand van de Baluchivallei in het district Chora. |
Nederland heeft allerlei projecten in gang gezet, maar ook het Dutch Consortium for Uruzgan (waar vijf Nederlandse hulporganisaties in samenwerken) is actief in het gebied. In Deh Rawod worden oude schoolgebouwen weer gebruikt. Voor daklozen is een opvang gebouwd en in de stad heeft nagenoeg iedereen toegang tot schoon water. Verder worden er wegen aangelegd, bruggen gebouwd en zijn er tientallen irrigatiekanaaltjes gemaakt.
Ook de Afghan Development Association heeft in Deh Rawod een kantoortje geopend. De organisatie verspreidt zaden en helpt met de watervoorziening. Maar de burgers vinden deze club, die als corrupt wordt gezien, maar niks. Meer vertrouwen is er in een andere Afghaanse hulporganisatie die wordt gesteund door Nederland. Deze organisatie promoot het telen van saffraan als alternatief gewas voor drugsplanten.
De Afghaanse Abdul Mansour die voor een Amerikaanse hulporganisatie in Uruzgan werkt is blij met de hulpprojecten. 'Dit is een heel andere tijd dan twee jaar geleden, tijdens die hevige gevechten.' Er is na het ingrijpen van de Nederlanders rust ontstaan. En dat is positief, zegt Abdul. 'De gewone mensen zien dat, en het doet hen goed.'
Maar ook al lijkt het in Deh Rawod goed te gaan, de oorzaak van het conflict is niet aangepakt en daardoor blijft er onzekerheid onder de bevolking, stelt concludeert Martine van Bijlert van de Afghaanse denktank Afghanistan Analyst Network. De stammen hebben geen vrede gesloten, en dat maakt het riskant. Ze zegt tegen me: 'Het is inderdaad rustig nu, en dat was het ook tijdens jouw rit vanuit Tarin Kowt. Maar de basis van het conflict is niet uit de lucht. Dus je kunt ook zeggen dat je geluk hebt gehad.
Stammenstrijd
In Nederland bekijkt men de strijd in Afganistan zwart-wit: een gevecht van autoriteiten en buitenlandse hulptroepen tegen de taliban. Maar in plaatsen als Deh Rawod wordt duidelijk dat vijandschap er heel anders uit ziet. De overheid heeft de afgelopen jaren vooral opgetreden als één stam en anderen buitengesloten waardoor het verzet toenam. Dit politieke probleem is de grootste 'vijand' van Nederland. Hoe snel dit escaleert, bleek laatst maar weer eens: een zelfmoordernaar blies het hoofd van de provinciale council, Haji Payen Akha, op. Hij was een prominente speler in het tribale conflict. Elf burgers kwamen om. De taliban zit er achter, schreeuwden de media. Dat was niet het geval. Het was die interne onenigheid. Overigens verkondigde Akha zelf altijd trots dat hij 'zestig rivalen had gedood'.
De eigenaar van het theehuis in Deh Rawod waarschuwt tijdens onze wandeling voor deze stammenstrijd. 'Die is het ergste', zegt hij met streng opgeheven vinger.
Directeur Willem van de Put van hulporganisatie Health- Net TPO is het daarmee eens. Hij vindt de militaire missie in Uruzgan daarom niet geschikt voor de aard van het probleem. 'Het is een politiek conflict. Dat moet je militairen niet laten oplossen', zegt deze activistische hulpverlener. Zijn organisatie is al sinds 1993 actief in Afghanistan en sinds 2006 in Uruzgan. HealthNet TPO heeft inmiddels twaalf Afghaanse medewerkers die psycho-sociale hulp verlenen aan families met (oorlogs)trauma's. Zij trainen ook weer anderen om die hulp te kunnen geven.
Van de Put heeft naar alle delen van Uruzgan een team gestuurd om een inventarisatie te maken van de beschikbare medische kennis in dorpen. Hoewel hij als criticaster van de Nederlandse missie te boek staat, vindt hij wel dat het glas halfvol is. 'Nederland heeft zich relatief goed aangepast aan het conflict dat zich vooral tussen de stammen afspeelt. De militairen hebben gezien dat sommige wapens geweld uitlokken. Die laten ze nu vaker achter in het kamp. Van de verschillende opbouwteams (Provincial Reconstruction Teams - PRT's) waar HealtNet mee werkt is het Nederlandse weliswaar het beste, zegt Van de Put, maar dat is voor hem niet genoeg. 'Nederland had als een van de beste missies in Afghanistan meer kunnen bereiken', stelt hij. 'Ze hadden de militaire PRT's waar hulpverleners nog steeds in dat agressieoproepende militaire pak lopen, op moeten heffen toen het steeds veiliger werd. Diplomaten gingen altijd met een half leger het dorp in. Dat was niet meer nodig. Maar ze namen die stap niet. Ik denk dat Nederland niet tegen de Amerikaanse strategie van vechten en deuren in trappen in durft te gaan.'
 |
| Een Nederlandse militair in Tarin Kowt maakt een praatje met een Afghaanse jongen die net van school komt. 'Juist dat zorgvuldig aanpassen aan wat er nou echt speelt, het leren kennen van de Afghanen, daar richt Nederland zich op', zegt bollenboer Leo Cuypers die in Afghanistan werkt. |
Bollenboer
Toen de Limburger Lou Cuypers voor het eerst de provinciehoofdstad Tarin Kowt op een brommer binnen reed was het mei 2007. De van oorsprong bollenboer begon met steun van Nederland de saffraanteelt te promoten als vervanging voor de beruchte drugsplanten. Inmiddels heeft hij honderd hectare beplant. Volgens Cuypers moet je juist wel af en toe laten zien wie de sterkste is in Uruzgan, zo verdedigt hij de militaire inzet en vertoon.
'Toen ik hier kwam was het chaos. Dan moet je militair ingrijpen. Om een basis te creëren. Dat is nu achter de rug. Nederland is sinds anderhalf jaar bezig met goed bestuur en opbouw. Dat had inderdaad uitgebreider gekund: ze hadden veel meer mensen, experts in moeten vliegen toen het rustig werd. Maar het team opbouwers was tijdens de gevechten net zo groot als nu. Dat is een gemiste kans.'
Het Nederlandse publiek kan 'zonder enige aarzeling' positief zijn over de Nederlandse missie, vindt de zakenman die 's nachts op Kamp Holland mag slapen en er overdag op uit gaat langs de boeren. 'Juist dat zorgvuldig aanpassen aan wat er nou echt speelt, het leren kennen van de Afghanen, daar richt Nederland zich op. Maar soms denk ik wel eens: jongens, jongens, niet elke stam kan er bij betrokken worden. Je moet daar ook weer niet in doorschieten.'
Cuypers prijst het kantoor van de Verenigde Naties dat z'n deuren vorig jaar eindelijk opende, de scholen die zijn gebouwd, en de inzet van de vele hulporganisaties. Over de besteding van het Nederlandse hulpgeld valt nog wat te zeggen. Hij vindt dat kleine projecten soms te veel geld ('tonnen') krijgen. 'Dat werkt corruptie in de hand en het drijft de prijs op. Iemand uit Tarin Kowt komt z'n bed niet meer uit voor minder dan 6 dollar per dag. In het begin toen de internationale troepen kwamen, rond 2001-2003 was dat ongeveer 2 dollar. Dat verstoort de markt.'
De aanwezigheid van de vele hulporganisaties duidt er wel op dat het veilig genoeg is om in dit gebied te werken. In 2008 waren er bijvoorbeeld amper vrouwen op de markt, vertelt Cuypers. 'Inmiddels zie je ze 's ochtends vroeg in burka's wel op straat.' Dat Uruzgan nog altijd conservatief is, werd duidelijk toen hij weduwen in een kippenbroeierij wilde laten werken. Het gebouw huurde hij van een prominente vrouw in de stad. 'Maar omdat ik er vrouwen bij betrok, kwamen de doodsbedreigingen.' Cuypers stopte noodgedwongen maar is nu wel van plan om met een huurpandje van een man wel de kippenstal op te richten, in de hoop dat hij op deze manier de vrouwen wel heimelijk aan het werk kan laten gaan.
 |
| Nederlandse militairen van de luchtmobiele brigade aan de rand van de Baluchi vallei op het kamp Mirwais, op patrouille in de Baluchivallei. |
Broze stabiliteit
Zowel Lou Cuypers en Willem van de Put zijn aarzelend over de toekomst van Uruzgan en de broze stabiliteit die er is bereikt. Het nieuws dat de Amerikanen bij gebrek aan animo van andere Navo-landen Uruzgan zouden gaan 'overnemen', is daarvoor de reden. 'Het wordt gevaarlijker met Amerikanen in Uruzgan', denkt Cuypers. 'Juist dat zorgvuldig aanpassen aan wat er nou echt speelt, het leren kennen van de Afghanen, dat werpt z'n vruchten af. Juist nu het allemaal eenvoudiger wordt voor hulpverleners en anderen in de stad is zo'n aanpak effectiever.'
Cuypers is bang dat plaatsen als Deh Rawod direct weer uit handen van de Afghaanse overheid worden genomen. 'De Amerikanen hebben een slechter imago dan de Nederlanders. Ze staan bij de Afghanen bekend als rauwdouwers en hoeven op weinig sympathie te rekenen.'
De Defensie-woordvoerder staat daar anders tegenover. De Amerikanen zaten er al toen Nederland kwam in 2006, zegt hij, en bovendien zitten er na het vertrek van Nederland nog Australiërs met veel ervaring in het gebied. Defensie heeft er alle vertrouwen in dat de lijn die is ingezet door Nederland wordt voortgezet.
Willem van der Put denkt daar anders over. 'We zijn terug bij af. Nederland heeft niet gezorgd voor een goede exitstrategie', vindt hij. 'Was leuk, die eigen benadering, steun zoeken bij lokale leiders om zoveel mogelijk stammen er bij te betrekken en samen scholen te bouwen. Maar nu is al duidelijk dat Amerika die werkwijze niet gaat overnemen en veel van de Nederlandse bongenoten in Uruzgan zal laten vallen. Er blijft misschien 10 procent over van al het werk dat Nederland heeft gedaan. Meer niet.'